Actueel

Achtergrond Pilot
Kwaliteitsindicatoren

Home
Kwaliteitsindicatoren in de Geesteswetenschappen is een project van de landelijke koepels van Geesteswetenschappen, Wijsbegeerte en Godgeleerdheid, in het kader van Duurzame Geesteswetenschappen.

In het rapport Duurzame Geesteswetenschappen (Commissie-Cohen; 2009) werd geconstateerd dat de geesteswetenschappen, als het gaat om de waardering van hun onderzoek, te zeer zijn overgeleverd aan modellen die ontleend zijn aan de beta- en delen van de gammawetenschappen. Het rapport kwam met de aanbeveling eigen standaarden voor de Geesteswetenschapen te ontwikkelen. Daarnaast zijn er ook binnen de KNAW commissies aan het werk gegaan met deze problematiek, zowel voor de geesteswetenschappen als de sociale wetenschappen. (zie o.a. Kwaliteitsindicatoren voor onderzoek in de Geesteswetenschappen, mei 2011(PDF)

Het advies van de KNAW bevatte een aantal vruchtbare uitgangspunten voor een mogelijk model, maar nog geen werkmodel, dat in de praktijk door onderzoekers kan worden gebruikt. Om die reden heeft het DLG, met instemming van het Regieorgaan, eind 2012 ingestemd met het voorstel om te komen tot een operationeel model voor Kwaliteitsindicatoren voor onderzoek in de Geesteswetenschappen. Het penvoerderschap van het project werd belegd bij de Universiteit van Amsterdam.


Uitgangspunten van het project

De Wetenschappelijke Commissie heeft de uitgangspunten van het project als volgt geformuleerd:
  • het op te leveren model zou vooral ‘geïnternaliseerde waarden’ moeten weerspiegelen, en de suggestie van een soort absolute objectiviteit moeten vermijden;
  • het model zou vooral een handreiking moeten zijn en geen model voor bureaucratische exercities;
  • het model zou moeten voorzien in een grote mate van differentiatie, om te komen tot (1) coherentie en (2) herkenbaarheid binnen de afzonderlijke domeinen van onderzoek;
  • ook open-access publicaties moeten worden meegenomen (zie ook b.v. de onlangs gepubliceerde bundel P. Dávidházi (ed), New Publication Cultures in the Humanities, AUP 2014);
  • het model zou multifunctioneel moeten zijn: het zou niet alleen moeten dienen om individuele prestaties te beoordelen, maar ook om beleid te maken, b.v. wat betreft de samenstelling en doelstellingen onderzoeksgroepen;
  • het model zou ook moeten dienen als ‘loopbaan-spiegel’ voor (jongere) onderzoekers, en bepaalde praktijken moeten bevorderen, op het terrein van valorisatie, of van actieve exposure van onderzoeksresultaten (via websites, persoonlijke pagina’s, open access);
  • in het model moeten valorisatie en impact worden verdisconteerd.

Geografie van publicatieculturen

Het heeft een tijdje geduurd voordat het project werkelijk op gang kwam, maar op dit moment is het in volle gang. Onder toezicht van een landelijke wetenschappelijke commissie, is een stuurgroep begonnen om zo’n model te ontwerpen. Dat gebeurt bottom up, op grond van empirische bevindingen. Een eerste stap is het in kaart brengen van de verschillende publicatieculturen binnen de geesteswetenschappen. Dat gebeurt onder meer aan de hand van voorbeeldlijsten van de universiteiten van Leiden en Amsterdam en van vergelijkingen met internationale ervaringen elders. Om zo’n geografie van publicatieculturen te kunnen ontwerpen, is het nodig om de overeenkomsten en verschillen tussen de diverse vakgebieden vast te stellen.


Onderzoeksscholen

In overleg met alle betrokkenen is er voor gekozen om daarbij de indeling in landelijke onderzoeksscholen als uitgangspunt te nemen; daarmee zal het grootste deel van het onderzoek in de Geesteswetenschappen zijn afgedekt, en bovendien kan dan optimaal gebruik worden gemaakt van bestaande communities. Anders gezegd: onderzoeksscholen vertegenwoordigen in principe een eigen publicatiecultuur, maar uit de pilot zou ook kunnen blijken dat er een bijstelling nodig is.

In de huidige opzet zullen de onderzoeksscholen een cruciale rol spelen in de uitwerking van het model, later in 2015. Het ligt in de bedoeling om elke landelijke onderzoeksschool te vragen een brede en representatieve commissie van 3-5 personen (hangt af van de omvang van het domein) om tot een classificatie en kwalificatie van tijdschriften en uitgeverijen te komen. Hier zal in een volgend schrijven nog uitvoeriger worden ingegaan.